De Standaard 14/09/2015

 

WAAROM DIGITAAL LEERPLATFORM DE BASISSCHOLEN VEROVERT

‘De tafels doen ze veel liever met Bingel’

14 SEPTEMBER 2015 | Van onze redacteur Tom Ysebaert

Acht op de tien gebruiken het digitale leerplatform Bingel. Leerkrachten en leerlingen vallen voor het gebruiksgemak. ‘Het spelelement stimuleert de kinderen om nog meer oefeningen te maken.’

Hoe meer kinderen oefenen, hoe meer kans dat ze daarna een spelletje mogen spelen. Brecht Van Maele

Acht op de tien basisscholen gebruiken het. 280.000 leerlingen zijn erop actief. Samen maakten zij al een half miljard oefeningen. Getallen om van te duizelen. Ze staan op het palmares van Bingel, het online digitaal leerplatform van de uitgeverij Van In.

Op de hoofdzetel van de uitgeverij in Wommelgem staan ze er zelf wat van te kijken. ‘Toen we er in 2011 mee begonnen, hadden we niet durven te dromen dat het zo’n vaart zou lopen’, zegt managing director Winfried Mortelmans.

Wat maakt Bingel zo geliefd? Het heet eenvoudig en laagdrempelig in gebruik te zijn, zowel op school als thuis. Je hebt er alleen internet en een browser voor nodig. Het pakket sluit aan bij de handboeken die veel scholen al bij dezelfde uitgeverij inslaan. In die boeken zit het leerplan en de methode vervat. Scholen krijgen het er zonder meerprijs bij.

‘Het is heel aantrekkelijk, per leerjaar is er een verhaal rond gebouwd’, vertelt juf Katrien Muyshondt, al jaren een fervente gebruiker. Zij logt met haar klas van de Jonatanschool voor buitengewoon onderwijs in Sint-Niklaas gretig in. ‘De tafels van vermenigvuldiging doen de kinderen op Bingel gewoon veel liever. Je kunt er ook mee differentiëren, het aanbod aanpassen aan het niveau van de leerling apart. Dat lukt digitaal beter dan op papier.’

Ze kan niet meer zonder, denkt Muyshondt. ‘Leerkrachten zijn erg kritisch. Als het niet deugde, zouden ze het links laten liggen.’

Er zit ook een spelelement in, wat kinderen aanzet om meer te oefenen, de veelbesproken gamification. Als ze meer oefenen kunnen ze meer credits sprokkelen, waarmee ze dan een spelletje als beloning krijgen.

Druk op de knop

‘Dat stimuleert de leerlingen enorm’, zegt juf Nancy Tegethoff van de Arnoldusschool in Oudenburg. ‘Ik sta in het derde leerjaar en voor die leeftijd is dat ideaal.’

De leerlingen oefenen voor een groot stuk thuis. ‘Maar we voorzien op school in genoeg computers zodat kinderen die thuis geen pc hebben er toch evenveel gebruik van kunnen maken’, zegt Tegethoff.

Een digitale schoolomgeving biedt een pak nieuwe mogelijkheden voor evaluatie en opvolging. ‘Leerkrachten krijgen met een druk op de knop een overzicht van hoe hun leerlingen het doen en ze kunnen daarop inspelen’, zegt Mortelmans.

Uit de miljoenen oefeningen kan bovendien heel wat informatie gedistilleerd worden. Learning analytics, heet dat. Zo tonen de eerste Bingel-statistieken aan dat de tweedeklassers het moeilijk hebben met rekenen met geld en dat die van het vijfde leerjaar worstelen met breuken.

Nog een vaststelling: wie regelmatig oefent, maakt meer vooruitgang. Na één oefenreeks is het gemiddelde resultaat 88 procent, na 200 reeksen is dat 94 procent. De snelheid waarmee de leerlingen de oefeningen oplossen, neemt ook toe. Er zit leerwinst in, zeggen de makers.

Onderzoekers noemen claims over leerwinst van digitale platformen nog voorbarig. Daarvoor luidt het materiaal nog te anekdotisch te zijn, nog te weinig onderbouwd door wetenschappelijk onderzoek.

Cindy De Smet, docent aan de lerarenopleiding van Hogeschool Gent, is al jaren bezig met onderzoek naar ICT en leren. Voor haar doctoraat aan de UGent analyseerde ze het effect van een digitaal pakket voor biologie in het derde jaar secundair. ‘Mijn conclusie was dat veelvuldig digitaal oefenen wel degelijk leerwinst opleverde, in vergelijking met papier. De leerlingen bleken ook gemotiveerder om te oefenen. De zwakkere leerlingen hadden er nog het meest baat bij. Ik zeg er meteen bij dat het onderzoek beperkt was in de tijd. Maar uit ander, buitenlands onderzoek zijn vergelijkbare resultaten naar voor gekomen.’

Buitenland

Bingel, een Vlaamse vinding, werd internationaal gelauwerd en is aan een opmars buiten de grenzen begonnen. Wallonië kreeg het onder de naam Wazzou, nu volgen Zweden en Finland. Van In heeft net ook een variant gelanceerd in het secundair, diddit gedoopt. Daarop hebben al 300 scholen ingetekend.